Een rondje in ongeveer anderhalf uur
Het ISS beweegt met grote snelheid in een baan om de aarde. Volgens NASA duurt één omloop ongeveer negentig minuten. Deel je de 1.440 minuten van een etmaal door dat afgeronde getal, dan kom je op zestien rondjes. Dat verklaart meteen waarom een astronaut veel vaker een overgang van donker naar licht kan meemaken dan iemand die op aarde op dezelfde plek blijft.
De aarde gaat ertussen zitten
Tijdens zo'n rondje kan het station eerst door de schaduw van de aarde bewegen en daarna weer in het zonlicht komen. Vanuit het raam verschijnt de zon dan boven de aardrand: een zonsopkomst vanuit de ruimte. Even later volgt weer een overgang richting de nachtzijde. De planeet vormt hier het decor én de schaduwgever. De zon hoeft daarvoor geen extra rondjes te maken.
Zestien is een handige benadering
ESA beschrijft een omloop van ongeveer 92 minuten en spreekt eveneens over zestien zonsopkomsten en zonsondergangen per dag. NASA gebruikt bij een foto van een zonsopkomst uit 2022 de formulering vijftien of zestien. Dat zijn afgeronde beschrijvingen van hetzelfde principe. Maak er daarom geen belofte van dat er in ieder willekeurig tijdvak van precies 24 uur exact zestien zonsopkomsten te tellen zijn.
Veel ochtenden, één etmaal
Het bijzondere getal gaat over uitzicht en beweging. Het betekent niet dat er voor de bemanning plotseling zestien aardse etmalen verstrijken. Met een dag bedoelen we hier steeds 24 uur; met een zonsopkomst de overgang die je vanuit de baan om de aarde ziet. Die twee tellers lopen dus niet gelijk. Een raam bij de aarde zou je één ochtend geven, terwijl een raam in het ISS dezelfde soort overgang steeds opnieuw kan laten zien.
KIJK HET ZELF NA
De bronnen bij dit verhaal
- NASA — veelgestelde vragen over het ISS ↗
- ESA — Where is the International Space Station? ↗
- NASA — First Rays of an Orbital Sunrise ↗
Met hulp van AI samengesteld en aan de genoemde bronnen getoetst. Een fout gezien? Laat het ons weten.

